IJsmeester van der Ploeg sluit af en blikt terug

Zondagavond na sluiting van het ijsbaangebouw, heeft ijsmeester Helmut van der Ploeg bij hem thuis het schaatsseizoen in Garnwerd officieel beëindigd. Immers, de dooi zet in en de schaatsen kunnen  in het vet!

Terwijl de klok vredig tikt, de jenever op tafel is gezet en zijn vrouw Martje gezellig is aangeschoven praten we met Helmut na over de ijsbaanvereniging, de vele vrijwilligers en over de afgelopen 11 dagen die we van het ijs hebben mogen genieten.

De ijsbaanvereniging

Helmut begint te vertellen over het ijsbaangebouw dat in 1998 door een hechte groep vrijwilligers is gebouwd, waarbij iedereen de bijdrage leverde die hem het beste paste. Helmut is erg trots op het gebouw, en dat verwondert niemand, zeker als je je realiseert dat het op deze wijze tot stand is gekomen! En, zo werd opgemerkt, in welke gebouw is er voldoende ruimte om je slee voor de toiletpot te parkeren?

Niet alleen over het gebouw, maar ook over de ijsbaan is Helmut erg te spreken. Met trots vertelt hij over twee interviews die hij over de baan heeft gehouden. Eén was voor verschillende regionale dagbladen, waaronder Tubantia. Het andere interview is verschenen in het Dagblad van het Noorden. Tijdens dit interview ging de verslaggever een proefrondje maken op het ijs. Na afloop zei Helmut tegen de verslaggever: “zoals het erbij ligt vind ik dat de ijsbaan wel een 10 verdient!”.

Vrijwilligers

Wie zeker een 10 verdienen zijn de vrijwilligers. Zij zijn volgens Helmut de spil van de ijsbaanvereniging. Sinds hij in de koude winter van 1963 meehielp om Garnwerd uit de sneeuw te scheppen, is hij zelf overigens nooit meer opgehouden met vrijwilligerswerk.

Hij roemt het werk van de baanvegers, waaronder Pieter, Gerrit, Jan, Willem, Jurgen, Roelof, Freerk  en Erwin, die ook altijd het geluid regelt, en de kantineploeg waaronder Corry, Hilda, Liesje, Janine en Meike. Maar ook zijn vrouw Martje, ze neemt nog altijd de vuile hand- en theedoeken en de lege flessen mee uit het ijsbaangebouw. En dan vergeet hij nu vast en zeker nog een aantal andere vrijwilligers. Helmut juicht het toe dat er ook nieuw bloed stroomt door de aderen van de ijsbaanvereniging maar wijst op het belang van de ervaren vrijwilligers, zij moeten het verhaal vertellen aan de jongere garde.

Als voorbeeld van vrijwilligers die hun bijdrage ook nog altijd blijven leveren noemt hij daarbij Peter en Arnold die, terwijl ze de stellage met de nationale driekleur bouwen voor de Mini-Elfstedentocht, tegen elkaar zeggen: “wie ben weer van die oenen, wie zit’n toch nait meer ien’t bestuur?”

11 dagen ijspret

Helmut heeft genoten van het programma: de Clinic, Mini-Elfstedentocht en Afvalrace. Ook de Kortebaanrace vond hij goed georganiseerd, al stelt hij voor dat het prijzengeld volgende keer door de deelnemers zelf of door een sponsor ingebracht wordt. Dit gebeurde eerder bij de Peter Aukes bokaal, de kortebaanwedstrijden tussen Garnwerd en Ezinge, waar Helmut goede herinneringen aan heeft en een volgende keer meer over zal vertellen. Over de winnaar van de Mini-Elfstedentocht van dit jaar, zijn eigen kleinzoon Gijs, wil hij nog wel wat kwijt. Helmut verwondert zich over zijn bescheiden natuur. Op de vraag hoe het was gegaan had Gijs slechts gezegd: “oh goed”.

Over het gebouw merkt Helmut op dat de hygiëne hem aan het hart gaat. Zo vind hij dat het gebouw elke dag even schoongemaakt moet worden, inclusief het toilet. Hij verwijst daarbij naar de Sjanters die het ook altijd keurig achterlaten. Goed voorbeeld doet goed volgen, zo is de gedachte.

Liever praat Helmut over het nieuwe materiaal, de sneeuwblazer Stiga Snowflake. Deze is hem erg goed bevallen. Niets rijdt volgens Helmut echter zo lekker als zijn eigen John Deere trekker! Hij vind het nog wel een idee uit te kijken naar een draadloze microfoon voor de verslaggeving tijdens de activiteiten en weet ook iemand met verstand van geluid die hij er graag bij ziet.

Vooruitblik

Hoewel de stem van Helmut als ijsmeester en pater familias van de ijsbaanvereniging overal wordt gehoord, is er slechts één zaak waar hij niets over te zeggen heeft: vorst of geen vorst. Vorig jaar is hij echter teruggetreden uit het bestuur en kijkt nu iets meer op afstand mee.

Suggesties voor het volgend schaatsseizoen zijn er desondanks genoeg. Helmut geniet het meest van de kinderen, de ijsbaan moet in de eerste plaats een feest voor hen zijn, zo luidt zijn stelling. Het programma mag daarom worden aangevuld met een skelterrace, een priksleetocht en pannenkoeken die hij dan zelf komt bakken!

Maar Helmut komt niet alleen pannenkoeken bakken. Op de vraag of hij nog wel een poos betrokken blijft komt het verlossende antwoord: ik hoop nog wel 30 jaar!

En met deze geruststellende gedachte is iedereen gaan slapen, terugkijkend op een mooie week!

Geplaatst in Winter 2011-2012